Van solidariteit naar purpose

Solidariteit van de verzuiling

Als kind van de jaren 70 ben ik opgegroeid in de nadagen van de verzuiling. De wereld was overzichtelijk, Je geloof of overtuiging waren netjes gesorteerd, het was werkgever tegen over werknemer en arbeider versus kantoor. Je had de keuze tussen de Katholieke, Protestants-christelijke, socialistische of liberale zuil. Van een keuze was eigenlijk geen sprake, je geboorte, gezin, woonplaats bepaalde in welke “zuil” je opgroeide. Solidariteit was vanuit het sociale stelsel, de overtuiging of vakbonden een vanzelfsprekendheid.

De zuilen als matrix

Je zou kunnen zeggen dat er sprake was van een matrix samenleving. Je overtuiging bepaalde ook bij welke vakbond, sportvereniging, kerk of werkgeversorganisaties je hoorde. Ook de politieke partijen hadden de kleur van de de betreffende zuilen. Het resultaat was dat er een aantal behoorlijk van elkaar geïsoleerde groepen of beter gezegd zuilen naast elkaar in de maatschappij leefden.

Duidelijkheid of …….

Binnen je eigen zuil was er duidelijkheid over waarden en normen. De keuzes werden voor je gemaakt, welke sportclub, welke school, je vakantie adres, op wie je beter niet verliefd kon worden enz. Mocht je afwijken van de norm dan had je een probleem, het gezegde twee geloven op 1 kussen daar slaapt de duivel tussen, spreekt boekdelen. Ook de rolverdeling tussen de man en vrouw was in de jaren 70 duidelijk. De vrouw zorgde voor het huishouden en de kinderen en de man zorgde voor het inkomen. Het is nu bijna niet meer voor te stellen.

Het leven was duidelijk, maar daardoor was er ook een beperking in flexibiliteit. Binnen je eigen zuil was er sprake van solidariteit, als je maar voldeed aan de bijbehorende regels. De negatieve kant van de duidelijkheid werd gevoeld als beperkend en zelfs verstikkend.

Ontkerkelijking

Het aantal kerkgangers is de afgelopen 30 jaar sterk teruggelopen. De directe invloed op het maatschappelijke leven door de kerken is daardoor sterk verminderd. De oorzaken van deze leegloop ligt in de toegenomen welvaart, emancipatie, scholing en toegankelijkheid van kennis. Het algemene gevoel van toegenomen zekerheid maakt ook de behoefte aan een instituut als een kerk minder.

Door de ontkerkelijking ontstaat er ruimte voor andere vormen van zingeving.

De tijd zal ons leren wat de toekomst op dit gebied brengt. Slechte tijden, oorlog, leert bidden zei mijn oma altijd. Kijk maar naar de Oekraïne daar zitten de kerken weer een stuk voller.

Het individu

Aan het einde van de vorige eeuw zet de individualisering door. De rol van de kerken en andere maatschappelijke organisaties zoals vakbonden werden minder belangrijk. Het individu wordt bewust of onbewust zelfstandiger en minder een onderdeel van een groep.

De instituten verliezen een groot deel van hun invloed. Het individu krijgt hierdoor meer ruimte voor alternatieven. De rol van het huwelijk wordt minder belangrijk, ongehuwd samenwonen gewoner en het aantal alleenstaanden groeit.

Met het loslaten van maatschappelijke instituten, worden de sociale contacten meer gevarieerd. Naast de fysieke contacten speelt ook de opkomst van internet en Social media een grote rol. Een deel van ons leven speelt zich af op social media terwijl we thuis op de bank zitten. De noodzaak om fysiek met andere in contact te komen wordt deels vervangen door social media.

De maatschappij is in beweging, emancipatie, ontzuiling, de arbeidsmarkt er zijn vele veranderingen die een rol spelen bij de individualisering. De beperking, de verstikking, van de verzuiling wordt minder. Door het wegvallen van de “duidelijkheid” van de verzuiling worden sommige zaken ook onzekerder. Er ontstaat behoeft aan alternatieve “goden”

The purpose economy

Hurst, schrijver van het boek “The Purpose Economy”, heeft samen met LinkedIn onderzoek in 40 landen gedaan naar de werkmotivatie van ruim 26.000 mensen. De belangrijkste gevonden motivatoren zijn: geld, status of betekenis.

Uit dit onderzoek blijkt dat een kleine 40% van de mensen betekenis als belangrijkste werkmotivatie ziet. Ook bleek dat deze 40% meer plezier in het werk heeft, loyaler is en beter presteert. In Nederland ligt het percentage dat betekenis de belangrijkste motivator vindt hoger dan het gemiddelde van 40%. Er lijkt een relatie te zijn tussen hoge secularisatie en de behoefte aan meer zingeving.

Aandacht voor zingeving, purpose, door de werkgever resulteert in loyalere en beter presterende medewerkers. Belangrijke factoren voor een succesvolle organisatie.

Zoals gezegd ben ik een kind van de jaren 70 en probeer voor mij nieuwe begrippen als purpose te begrijpen. Het gemiddelde woordenboek geeft verklaringen als: purpose: “Voornemen om iets te bereiken” of “kracht om verder te gaan”. Wat is dan dat voornemen iets te bereiken, iets positiefs of kan het ook iets negatiefs zijn?  Wat ik om me heen hoor is purpose iets positiefs dat voor verbinding zorgt. In de purpose klinken vaak de woorden, duurzaamheid, inclusie, zorg voor elkaar en de aarde.

Verschilen

Het geven van betekenis, purpose lijkt opeens best wel op de naoorlogse drijfveren voor solidariteit en het beter willen doen voor de kinderen. Natuurlijk zijn er verschillen, maar die lijken meer ingegeven doordat onze kennis over milieu en besef zijn vergroot.

Van de solidariteit binnen een groep naar bundeling van de overtuiging van de individuele zingeving. . . .

Views: 2